Home › Kennisbank › Planning

Planning

Hoeveel laadpunten heeft uw bedrijfsparking nodig?

Het aantal laadpunten dat u nodig heeft, volgt niet uit het aantal elektrische wagens in uw vloot. Het volgt uit hoe lang die wagens stilstaan. Een wagen die acht uur op uw parking staat, deelt moeiteloos een laadpunt met een tweede wagen; een bezoeker die veertig minuten blijft, doet dat niet.

Hieronder staat een rekenmethode die u zelf kan toepassen, met drie profielen om mee te vergelijken en de fout die in de praktijk het meeste geld kost.

Waarom één paal per wagen zelden klopt

De eerste reflex is begrijpelijk: tien elektrische wagens, dus tien laadpunten. Maar een gemiddelde bedrijfswagen rijdt op een werkdag een afstand die een laadpaal van 11 kW in iets meer dan een uur bijlaadt.

Staat die wagen acht uur op uw parking, dan is het laadpunt zeven uur van de acht vrij. Dat is de speling waarmee u werkt.

De omgekeerde fout bestaat ook. Op een parking waar wagens maar kort staan, of waar iedereen tegelijk binnenrijdt, helpt die speling u niet. Dan heeft u wél bijna één laadpunt per wagen nodig, of een manier om de laadbeurten te spreiden.

De rekenmethode in vier stappen

Stap 1 — tel de elektrische wagens van vandaag. Niet de hele vloot: enkel wat vandaag op uw parking laadt of zou moeten laden. Vergeet de privéwagens van werknemers niet als u die wil bedienen.

Stap 2 — schat de groei over drie jaar. Kijk naar uw bestelbeleid en naar de looptijd van uw huidige leasecontracten. Wagens die binnen drie jaar vervangen worden, worden in de praktijk bijna altijd elektrisch vervangen.

Stap 3 — meet de gemiddelde standtijd. Dit is de stap die de meeste bedrijven overslaan, terwijl de data er meestal al is: badgegegevens, slagboomregistratie of simpelweg de uren waarop de parking vol staat. U zoekt één getal: hoeveel uur staat een wagen gemiddeld stil?

Stap 4 — bepaal uw deelratio. Hoeveel wagens kunnen één laadpunt delen? Dat is de standtijd gedeeld door de tijd die één wagen nodig heeft, met een veiligheidsmarge omdat niemand zijn wagen precies op tijd verzet.

Drie profielen, drie uitkomsten

ProfielTypische standtijdRealistische deelratioGevolg
Kantoorparking, eigen personeel7 tot 9 uur2 tot 3 wagens per laadpuntWeinig palen, laag vermogen volstaat
Bezoekers- of klantenparking30 min tot 2 uur1 tot 1,5 wagen per laadpuntMeer palen, of hoger vermogen
Bestelwagens die ’s nachts laden10 tot 14 uur3 tot 4 wagens per laadpuntWeinig palen, maar slimme sturing nodig

Deze ratio’s zijn vuistregels om mee te starten, geen wetten. Ze veranderen zodra uw wagens verder rijden, zodra de bezetting piekt op vaste momenten, of zodra er bestelwagens met grote batterijen bijkomen.

Een kantoorparking met vijftien elektrische wagens en een deelratio van 2,5 komt uit op zes laadpunten. Dezelfde vijftien wagens op een bezoekersparking vragen er twaalf tot vijftien.

Wat u niet in uw berekening moet stoppen

Twee dingen worden vaak meegerekend die er niet in horen.

Het vermogen per paal. Of u 7,4 kW, 11 kW of 22 kW plaatst, verandert niets aan het aantal palen dat u nodig heeft — het verandert alleen hoe snel een wagen klaar is. Bij lange standtijden levert een zwaardere paal u niets op. Wanneer meer vermogen wél zin heeft, leest u in wanneer 11 kW volstaat en wanneer u een DC-snellader nodig heeft.

Uw aansluitvermogen. Tien laadpunten betekent niet tien keer 11 kW uit uw net. Met een sturing die het beschikbare vermogen dynamisch over de palen verdeelt, draaien tien palen vlot op de capaciteit die drie palen zonder sturing zouden opeisen. Het aantal palen en het benodigde vermogen zijn twee aparte vragen.

De fout die het meeste geld kost

De duurste beslissing is niet het aantal palen. Het is de kabelweg eronder.

Palen bijzetten is eenvoudig zolang de leidingen er liggen. Leidingen bijleggen betekent de parking opnieuw openbreken, en dat kost een veelvoud van wat het gekost had om ze meteen mee te leggen.

De regel die zich in de praktijk uitbetaalt: plaats de palen die u vandaag nodig heeft, en leg leidingen voor minstens het dubbele. Bij laadpalen voor bedrijven is dat vrijwel altijd de goedkoopste manier om de volgende drie jaar op te vangen.

Wat betekent dit voor u

  1. Tel de wagens die vandaag moeten laden, inclusief de privéwagens die u wil bedienen.
  2. Haal de standtijd uit uw eigen data — badge- of slagboomgegevens over één maand volstaan.
  3. Reken met de tabel hierboven en rond naar boven af.
  4. Scheid de vraag naar vermogen van de vraag naar aantallen. Laat het vermogen narekenen op uw werkelijke piek, niet op de som van de palen.
  5. Leg leidingen voor het dubbele aantal. De sleuf ligt er maar één keer open.

Weet u niet hoeveel speling uw aansluiting heeft, dan rekenen wij dat door in een laadstudie: aantal palen, benodigd vermogen en de kabelweg die er het best in één beweging bij gaat.

Vraag het ons gewoon

Twijfelt u of dit op uw situatie van toepassing is? Stuur ons uw situatie door, dan rekenen we het uit.

Korte vraag?

U krijgt antwoord van iemand die de installaties zelf uitvoert.