Home › Kennisbank › Techniek
De meeste bedrijven die laadpalen willen bijzetten, hebben geen zwaardere aansluiting nodig. Ze hebben een betere verdeling nodig van het vermogen dat er al is. Verzwaren is de duurste oplossing, duurt het langst, en is zelden de eerste stap.
Hieronder staat hoe u uw werkelijke speling berekent, in welke volgorde u een tekort oplost, en wanneer verzwaren toch onvermijdelijk is.
Uw aansluitvermogen is wat er maximaal door uw aansluiting mag. Uw werkelijke speling is iets anders: dat is uw aansluitvermogen min de piek die uw gebouw vandaag al trekt.
Die piek is geen gemiddelde. Het net rekent met kwartierwaarden: het hoogste kwartier bepaalt. Een gebouw dat gemiddeld rustig verbruikt maar elke ochtend om acht uur alles tegelijk opstart, heeft minder speling dan de jaarafrekening doet vermoeden.
U vindt die kwartierwaarden in het verbruiksoverzicht van uw netbeheerder, of via de portaalsite waarop uw meter uitgelezen wordt. Vraag minstens één maand data op, bij voorkeur een maand uit het koude seizoen.
De rekensom is eenvoudig: aansluitvermogen min de hoogste kwartierpiek is wat er overblijft voor laden. Dat is het getal waar alles mee begint.
Wanneer dat getal te klein lijkt, is verzwaren niet de eerste stap maar de laatste. Er zijn vier niveaus, van goedkoop naar duur.
1. Spreiden in de tijd. Niet alles hoeft tegelijk te laden. Bestelwagens die ’s nachts staan, hebben de hele nacht. Door laadbeurten te spreiden, vermijdt u dat uw piek meegroeit met uw aantal palen.
2. Dynamisch verdelen over de palen. Een sturing verdeelt het beschikbare vermogen over de palen die op dat moment in gebruik zijn. Staan er twee wagens, dan krijgen die veel. Staan er acht, dan krijgt elk minder, maar iedereen laadt. Hoe dat precies werkt, staat in load balancing en het capaciteitstarief.
3. Het gebouwverbruik mee in de sturing nemen. Dit is de stap die het meeste oplevert en het vaakst wordt overgeslagen. De sturing kijkt niet alleen naar de palen, maar naar de totale meter. Draait de productie op volle toeren, dan zakken de palen terug. Valt het gebouw stil, dan krijgen de palen alles.
4. Verzwaren. Pas wanneer de drie vorige stappen niet volstaan.
In de praktijk lossen stap 2 en 3 samen de overgrote meerderheid van de situaties op.
Er zijn drie situaties waarin sturing niet volstaat.
DC-snelladers. Die trekken per stuk een veelvoud van een gewone paal, en ze zijn er net om snel te zijn. Terugregelen ondermijnt het doel.
Grote vloten die tegelijk binnenkomen. Wanneer twintig bestelwagens om zes uur ’s avonds tegelijk aankomen en om zes uur ’s ochtends vol moeten zijn, is er een harde ondergrens aan hoeveel vermogen u nodig heeft. Spreiden helpt, maar er is een bodem.
Een aansluiting die nu al tegen het plafond zit. Heeft uw gebouw vandaag al nauwelijks speling, dan valt er niets te verdelen.
Verzwaren is geen bestelling die volgende week geleverd wordt. Houd rekening met het volgende.
Dat laatste punt is de reden waarom verzwaren pas verstandig is wanneer u het echt nodig heeft. U betaalt er jaren voor.
De stap die mensen overslaan, is de goedkoopste van allemaal. Eén maand kwartierdata opvragen kost niets en vertelt u precies waar u staat.
Zonder die data wordt er geraamd, en een raming valt bijna altijd aan de voorzichtige kant uit. Zo belanden bedrijven bij een verzwaring die ze niet nodig hadden, of bij een installatie die te krap uitvalt omdat de piek anders lag dan gedacht.
In een laadstudie nemen wij die kwartierdata als vertrekpunt. Daaruit volgt hoeveel palen uw huidige aansluiting aankan met sturing, en vanaf welk aantal verzwaren écht aan de orde is.
Wilt u weten hoeveel palen uw aansluiting vandaag aankan, dan rekenen wij dat door voor uw bedrijfsparking.
Twijfelt u of dit op uw situatie van toepassing is? Stuur ons uw situatie door, dan rekenen we het uit.