Home › Kennisbank › Regelgeving
Heeft uw bedrijfsgebouw een parking met meer dan twintig plaatsen, dan moesten daar in Vlaanderen sinds 1 januari 2025 minstens twee laadpunten staan. Die verplichting geldt ook voor gebouwen die er al jaren staan, niet alleen voor nieuwbouw. Brussel en Wallonië hanteren andere drempels, en in 2027 komt er Europees een stap bij.
De regels verschillen per gewest, en ze verschillen bovendien naargelang u nieuw bouwt, ingrijpend renoveert of gewoon een bestaand gebouw heeft. Hieronder staat per situatie wat er geldt.
Vlaanderen maakt een onderscheid tussen gebouwen die u nieuw zet of ingrijpend renoveert, en gebouwen die er gewoon al staan.
Voor nieuwbouw en ingrijpende renovatie van een niet-residentieel gebouw geldt de regel al sinds maart 2021: bij een parking vanaf tien plaatsen moet u minstens twee laadpunten voorzien, plus leidinginfrastructuur of kabelgoten voor minstens een op de vier parkeerplaatsen. Bij een renovatie is die verplichting begrensd: ze geldt tot de kosten ervan zeven procent van de totale renovatiekosten bereiken.
Voor bestaande niet-residentiële gebouwen is de datum 1 januari 2025. Vanaf meer dan twintig parkeerplaatsen moeten er minstens twee laadpunten staan. Hier gaat het puur om laadpunten; wachtleidingen zijn voor bestaande gebouwen niet mee opgelegd.
Een laadpunt is in deze regelgeving geen gewoon stopcontact. Het moet een hoger vermogen leveren en uitgerust zijn met een Type 2-connector voor wisselstroom of een Combo 2-connector voor gelijkstroom. Een buitenstopcontact waar iemand met een noodkabel aan laadt, telt dus niet mee.
Wie gebouwen heeft in meerdere gewesten, kan niet met één getal werken. De drempels verschillen aanzienlijk, en Brussel werkt met percentages die in de tijd oplopen.
| Gewest | Bestaande niet-residentiële parking | Vanaf | Wat het wordt |
|---|---|---|---|
| Vlaanderen | Meer dan 20 plaatsen: min. 2 laadpunten | 1 jan 2025 | Europese stap in 2027 |
| Brussel, kantoorparking | Vanaf 10 plaatsen: 10% laadpunten, min. 2 | 1 jan 2025 | 20% in 2030, 30% in 2035 |
| Brussel, overige parkings | Vanaf 10 plaatsen: 5% laadpunten, min. 2 | 1 jan 2025 | 10% in 2030, 20% in 2035 |
| Wallonië | Meer dan 20 plaatsen: kabelgoten voor 20% én min. 1 laadpunt | 1 jan 2025 | Europese stap in 2027 |
Het Brusselse model is het strengste op termijn. Een kantoorparking van zestig plaatsen moet daar in 2035 achttien laadpunten hebben. Dat is geen aantal dat u er achteraf nog even bijzet: dat vraagt een doordachte kabelweg en een aansluiting die erop voorzien is.
De herziene Europese richtlijn over de energieprestatie van gebouwen legt een volgende stap vast. Voor bestaande niet-residentiële gebouwen met meer dan twintig parkeerplaatsen komt er tegen 1 januari 2027 een eis van minstens één laadpunt per tien parkeerplaatsen, of voorbekabeling voor de helft van de plaatsen.
Reken dat even door op een parking van tachtig plaatsen. Vandaag volstaan twee laadpunten in Vlaanderen. Vanaf 2027 worden dat er acht, of voorbekabeling voor veertig plaatsen. Het verschil tussen die twee scenario’s is groot genoeg om nu al mee te nemen in uw planning.
De gewesten moeten die Europese eis nog omzetten in hun eigen regelgeving. De precieze formulering kan dus nog schuiven, maar de richting ligt vast.
In de teksten staan twee dingen door elkaar, en wie ze verwart, betaalt dubbel.
Een laadpunt is een werkende laadpaal of wallbox waar morgen een wagen op kan. Een wachtleiding of kabelgoot is de lege voorbereiding: de buis, de sleuf en de ruimte in het bord, zodat er later een paal op gezet kan worden zonder opnieuw te graven.
De regelgeving vraagt ze op verschillende momenten. Bij nieuwbouw en renovatie in Vlaanderen vraagt ze allebei. Bij bestaande gebouwen vraagt ze vandaag alleen laadpunten, maar de Europese stap van 2027 laat uitdrukkelijk de keuze tussen laadpunten en voorbekabeling.
Het prijsverschil is navenant. Wachtleidingen aanleggen terwijl de parking toch openligt, kost een fractie van wat het kost om dezelfde parking twee jaar later opnieuw open te breken. Dat is de reden waarom de meeste bedrijven die het goed aanpakken, veel meer wachtleidingen leggen dan de regel vraagt en het aantal echte palen beperkt houden tot wat ze nu nodig hebben.
In Vlaanderen volgt het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap de naleving van de energieprestatieregelgeving op. In de praktijk komt de verplichting bovendrijven op het moment dat er toch al een dossier loopt.
Dat is meestal een EPB-dossier of een vergunningsaanvraag. Wie bouwt of verbouwt, krijgt de vraag dus vanzelf voorgelegd. Wie niets aan zijn gebouw wijzigt, komt ze later tegen, bijvoorbeeld bij een verkoop, een verhuring of een volgende verbouwing. De actuele eisen staan bij het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap.
De verplichting is een ondergrens, en een vrij lage. Wie laadpalen voor zijn bedrijf plant, heeft drie redenen om er niet precies op te gaan zitten.
De eerste is de kalender. Met de Europese stap van 2027 in zicht, is een installatie die vandaag precies aan het minimum voldoet, binnen twee jaar opnieuw te krap. Twee keer een aannemer laten komen kost meer dan één keer ruimer werken.
De tweede is uw wagenpark. De fiscale behandeling van bedrijfswagens duwt nieuwe bestellingen naar elektrisch. Het aantal wagens dat bij u moet laden, groeit dus ook zonder dat u daar beleid op voert.
De derde is de aansluiting. Meer laadpunten betekent niet automatisch meer vermogen, zolang u het beschikbare vermogen slim verdeelt over de palen. Maar de kabelweg van uw bord tot aan de parkeerplaatsen ligt er maar één keer. Dat is de post die achteraf het duurst is om te herdoen.
Wilt u weten wat uw parking vandaag aankan en wat er in 2027 nodig is, dan rekenen wij dat voor u uit in een laadstudie. Daarin staat wat er technisch kan, wat de verplichting u oplegt en wat er het verstandigst in één beweging mee geplaatst wordt.
Twijfelt u of dit op uw situatie van toepassing is? Stuur ons uw situatie door, dan rekenen we het uit.