Home › Kennisbank › Techniek
Een nieuwe laadpaal is een uitbreiding van uw elektrische installatie. Die uitbreiding moet voor ingebruikname gecontroleerd worden door een onafhankelijk erkend keuringsorganisme. Dat is geen formaliteit: een laadpaal trekt urenlang een hoge, constante stroom, en dat legt zwakke punten in een installatie genadeloos bloot.
Hieronder staat waarom een laadpaal apart bekeken wordt, wat de keurder nakijkt, waarom installaties in de praktijk afgekeurd raken en wat er dan volgt.
De meeste toestellen in een woning of bedrijfsgebouw trekken kort veel of lang weinig. Een laadpaal doet het omgekeerde: uren aan een stuk bijna het volle vermogen.
Daardoor wordt een kabel die voor gewoon gebruik ruim volstaat, bij laden warm. Een aardverbinding die net aan voldeed, voldoet niet meer. En een differentieel van het verkeerde type schakelt niet uit wanneer het zou moeten.
Het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties, kortweg het AREI, stelt daarom specifieke eisen aan een laadpunt.
De controle gaat over de installatie, niet over het merk van uw paal. Dit zijn de punten die in de praktijk aan bod komen:
Die laatste twee worden het vaakst over het hoofd gezien. Zonder bijgewerkte schema’s kan de keurder zijn werk niet doen, hoe correct de installatie zelf ook is.
De aarding is niet in orde. In oudere gebouwen is de aardingsweerstand te hoog, of ontbreekt er een aardverbinding op de plaats waar de paal komt. Dit is veruit de meest voorkomende reden, en ook de minst voorspelbare: je weet het pas na meting.
De kabel is te dun of te lang. Een sectie die klopt voor tien meter, klopt niet meer voor vijfenveertig. Hoe langer het traject, hoe dikker de kabel moet zijn om het spanningsverlies binnen de perken te houden.
Het differentieel is van het verkeerde type. Een laadpunt vraagt een specifieke bescherming. Een standaarddifferentieel dat elders in huis prima werkt, volstaat hier niet.
Al deze punten zijn te voorzien. Ze lopen mis wanneer de laadpaal als een los toestel behandeld wordt in plaats van als een uitbreiding van de installatie.
Een negatief verslag betekent niet dat u opnieuw moet beginnen. Het benoemt wat er niet in orde is, en u krijgt een termijn om het te herstellen. Daarna komt de keurder terug voor een herkeuring van de vastgestelde punten.
De kosten van die herkeuring en van het herstel zijn in principe voor wie de fout maakte. Leg daarom bij de offerte vast wie verantwoordelijk is wanneer de installatie niet door de keuring raakt. Dat is een afspraak die achteraf veel discussie bespaart.
Zolang het verslag negatief is, mag de installatie niet in gebruik genomen worden.
Naast de keuring voor ingebruikname zijn er nog twee momenten waarop een controle aan de orde is.
Periodiek, voor niet-huishoudelijke installaties. Bedrijfsgebouwen vallen daaronder; uw laadpunten maken deel uit van die periodieke controle.
Bij verkoop van een woning, waar een geldig keuringsverslag van de elektrische installatie nodig is. Een laadpaal die zonder keuring geplaatst werd, komt daar vroeg of laat naar boven.
Wij voeren de keuring niet zelf uit — dat hoort bij een onafhankelijk erkend keuringsorganisme, en dat is maar goed ook: wie plaatst, hoort niet te controleren.
Wat wij wél doen, is de keuring voor u regelen en ervoor zorgen dat de installatie in orde is wanneer de keurder langskomt. De aarding wordt op voorhand gemeten, de kabelsectie wordt op de werkelijke afstand berekend en de schema’s zijn bijgewerkt voor de afspraak. Dat hoort standaard bij elke plaatsing die wij uitvoeren.
Loopt uw installatie al en wilt u ze nakijken of onderhouden, dan vindt u dat bij service en onderhoud.
Twijfelt u of dit op uw situatie van toepassing is? Stuur ons uw situatie door, dan rekenen we het uit.